Stultiens Pensioen Consultancy
Consultants voor actuariële, civiel en fiscaalrechtelijke pensioenvraagstukken

Stultiens Pensioen Consultancy
Haammakerstraat 246
5801 TH Venray

06-12909434
info@stultienspensioen.nl

Rechtszaken

Bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor de achterstallige pensioenpremie van 907.789,- euro

Uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 10-03-2020 (publicatie 20-04-2020).

De werkgever (Solace) was actief in de thuiszorg en was vanaf 01-01-2010 verplicht aangesloten bij het PFZW. Appellante is vanaf 30-08-2006 (indirect) bestuurder van Solace. OP 26-12-2012 heeft de advocaat van Solace een brief gestuurd waarin wordt aangegeven dat de personeelsadministratie was uitbesteed aan een derde. Deze derde is failliet gegaan en heeft de pensioenpremie niet afgedragen aan de juiste instanties. Solace moet hierdoor 2x de pensioenpremie betalen. Solace kan dit niet betalen en treft een regeling met PFZW (crediteurenakkoord).

Tussen 24-12-2012 en 28-07-2015 heeft het PFZW een aantal facturen gestuurd die niet zijn betaald. Op 03-11-2015 en 11-01-2016 heeft het PFZW dwangbevelen uitgevaardigd ter hoogte van € 907.789,-. Op 19-07-2016 is Solace failliet verklaard.

In deze zaak gaat het om de vraag of de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor de aan het PFZW verschuldigde bedragen. Appellante stelt zich op het standpunt dat het dwangbevel niet geldig is. Dit verweer wordt door het hof verworpen. 

Op grond van de Wet Bpf dient de bestuurder onverwijld nadat is gebleken dat de onderneming niet in staat is tot premieafdracht dat te melden aan het bedrijfstakpensioenfonds. Als deze mededeling niet heeft plaatsgevonden dan wordt vermoed dat de niet-betaling aan de bestuurder te wijten is.

Het PFZW stelt zich op het standpunt dat er geen mededeling van betalingsonmacht is gedaan en dat appellante aansprakelijk is op geond van de Wet Bpf. In alle communicatie tussen Solace en het PFZW is nooit melding gemaakt van betalingsonmacht. Daarnaast mocht het PFZW er vanuit gaan dat Solace op termijn aan haar lopende verplichtingen kon voldoen. 

Het hoger beroep faalt. Appellante is aansprakelijk voor de openstaande pensioenpremies. Het PFZW heeft een herberekenig gemaakt en stelt appellante aansprakelijk voor een bedrag van € 732.512,20 (exclusief € 362.049,54 aan rente). Het totale bedrag is hoger dan het dwangbevel daarom kan het dwangbevel is  stand blijven.  

Lees de volledig uitspraak: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:2146