Stultiens Pensioen Consultancy
Consultants voor actuariële, civiel en fiscaalrechtelijke pensioenvraagstukken

Stultiens Pensioen Consultancy
Truus Schroderstraat 5
5803 GL Venray

06-12909434
info@stultienspensioen.nl

Rechtszaken

Geen afstand verevening bij finale kwijting

Rechtbank Midden-Nederland 30-11-2016.

Partijen zijn in 1997 in gemeenschap van goederen gehuwd. De echtscheiding is bij beschikking van 13 juni 2007 uitgesproken en op 3 juli 2007 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Gedurende het huwelijk zijn door de man pensioenrechten opgebouwd.

Partijen hebben eerder geprocedeerd over de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. Daarbij zijn partijen het volgende overeengekomen: “Partij [de man] zal aan partij [de vrouw] een bedrag betalen van EUR 240,00 (….) Partijen verlenen elkaar na uitvoering van het bovenstaande finale kwijting van al hetgeen zij in het kader van deze procedure gevorderd hebben en al hetgeen zij mogelijk nog te vorderen hebben in het kader van de rechtsbetrekking die tussen hen heeft bestaan.”

Partijen hebben in deze procedure niet gesproken over de verevening van pensioenrechten.

Rechtbank

Volgens de rechtbank vallen pensioenrechten op grond van artikel 1:94 lid 2 onderdeel b BW niet in de gemeenschap van goederen. De pensioenrechten worden beheerst door de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS). Uit artikel 2, lid 1 WVPS volgt dat voor afstand van pensioenverevening vereist is dat partijen toepassing van de WVPS moeten hebben uitgesloten en dat dit schriftelijk moet gebeuren.

In het proces-verbaal is met geen woord gerept over de pensioenrechten. Er is dus volgens de rechtbank niet voldaan aan de vereisten voor afstand van pensioenverevening.

De man beroept zich nog op afstand van recht of rechtsverwerking en voert daartoe een aantal omstandigheden aan. Zo stelt hij onder andere dat de vrouw een beroep op de pensioenverevening bewust achterwegen gelaten zou hebben in verband met haar recht op bijstand, zij pas actie heeft ondernomen toen zij er zelf financieel beter van zou worden en de man geen rekening meer hoeft en heeft kunnen houden met de aanspraak van de vrouw, in elk geval niet met terugwerkende kracht.

Volgens vaste rechtspraak is het enkel stilzitten onvoldoende. Ook de door de man aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende voor het aannemen van afstand van pensioenverevening. Dat geldt ook voor een beroep op de redelijkheid en billijkheid met deze omstandigheden en het thans geringe inkomen van de man als verweer tegen de toewijzing met terugwerkende kracht. De vrouw heeft de man bij brief van 14 oktober 2015 aangesproken om tot verevening van de pensioenrechten over te gaan, zodat hij er vanaf dat moment rekening mee had kunnen en moeten houden. Voorts vordert de vrouw met ingang van 1 juli 2015 pensioenverevening en niet vanaf de echtscheiding, toen de man zijn pensioenuitkering reeds ontving. De man moet maandelijks de aan de vrouw toekomende aanspraak op pensioen betalen.

Conclusie

Op grond van de vereisten van artikel 2, lid 1 van de WVPS kan onder een algemene kwijting bij de verdeling van uitsluitend de huwelijksgoederengemeenschap niet tevens afstand van pensioenverevening zijn begrepen.

Lees meer op: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:5917