Stultiens Pensioen Consultancy
Consultants voor actuariële, civiel en fiscaalrechtelijke pensioenvraagstukken

Stultiens Pensioen Consultancy
Truus Schroderstraat 5
5803 GL Venray

0478-632500
06-12909434
info@stultienspensioen.nl

Rechtszaken

Geen verlenging van de alimentatieduur als gevolg van de stijging van de AOW-leeftijd

Rechtbank Amsterdam 11-01-2017.

De vrouw verzoekt de rechtbank de termijn voor de alimentatie van € 1.739,95 per maand te verlengen tot 21 mei 2017. Zij stelt daartoe dat de betalingsverplichting van de man op 15 maart 2016 is geëindigd en dat de man pas per 21 mei 2017 AOW ontvangt. Per die datum gaat ook het met de vrouw te verevenen pensioen over de huwelijkse jaren in. De vrouw stelt dat het irreëel is dat zij, gezien haar gezondheid en leeftijd (62 jaar), nog inkomen kan verwerven uit een arbeidsovereenkomst. Volgens de vrouw doet zich een uitzonderlijke situatie voor, omdat de gevolgen van de beëindiging van de alimentatie ingrijpend zouden zijn. Zonder de alimentatie zou zijn alleen een WAO-uitkering ten bedrage van € 1.045,31 netto per maand ontvangen, waarvan zij niet rond zou kunnen komen. De vrouw stelt dat het niet redelijk is dat zij inteert op haar vermogen, nu zij dat vermogen al had ten tijde van het vaststellen van de alimentatieverplichting in 2004. Zij stelt verder dat zij er twaalf jaar geleden op mocht vertrouwen, dat zij kort na het aflopen van de alimentatietermijn een bijdrage van de man middels zijn pensioen zou ontvangen. En dat zij destijds niet kon weten dat de wetgever de pensioengerechtigde leeftijd thans zou veranderen. 

De rechtbank oordeelt van verlenging van de twaalfjaarstermijn alleen sprake kan zijn, indien de beëindiging als gevolg van het verstrijken ervan van zo ingrijpende aard is dat ongewijzigde handhaving van die termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid van de alimentatiegerechtigde niet kan worden gevergd.

De rechtbank beantwoord de vraag of de inkomensterugval van de vrouw in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de vrouw kan worden gevergd, ontkennend. Volgens de rechtbank is er, op basis van hetgeen de vrouw naar voren heeft gebracht, geen sprake van een uitzonderlijke situatie waarin afwijking van de twaalfjaar termijn gerechtvaardigd is.

De volledige uitspraak: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:14